algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB)general principles of sound administration
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
bestuursrecht
- ongeschreven fatsoensregels waaraan het overheidshandelen kan worden getoetst. De in de rechtspraak erkende ~ zijn: verbod van détournement de pouvoir, verbod van willekeur, vertrouwens-, motiverings-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel.
algemene beginselen van behoorlijk IT gebruikgeneral principles of considerable IT use
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
informatierecht
(algemeen) - beginselen die als aanvulling op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn ontwikkeld door de Leidse hoogleraar Hans Franken, als maatstaf voor gebruik van informatie- en communicatietechnologie in het openbaar bestuur. De beginselen zijn: beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, flexibiliteit en transparantie.
algemene rechtsbeginselengeneral principles of law
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
rechtswetenschap
- vaak universele, algemeen erkende gedachten die aan wet- en regelgeving ten grondslag liggen; beperkt aantal niet verder te herleiden hoofdregels, die strekken tot een richtsnoer voor de rechter bij het geven van een beslissing waarvoor in de wet geen expliciete regels te vinden zijn. Bijv. de adagia: 'wat teveel betaald was, kan worden teruggevorderd' of 'geen straf zonder schuld'.
Geen straf zonder wet 1. Niemand mag worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde. Evenmin mag een zwaardere straf worden opgelegd dan die, die ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. 2. Dit artikel staat niet in de weg aan de berechting en bestraffing van iemand, die schuldig is aan een handelen of nalaten, dat ten tijde van het handelen of nalaten, een misdrijf was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de beschaafde volken worden erkend.
Artikel 15 BUPO:
1. Niemand kan worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten, dat geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde. Evenmin mag een zwaardere straf worden opgelegd dan die welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Indien, na het begaan van het strafbare feit de wet mocht voorzien in de oplegging van een lichtere straf, dient de overtreder daarvan te profiteren. 2. Geen enkele bepaling van dit artikel staat in de weg aan het vonnis en de straf van iemand die schuldig is aan een handelen of nalaten, hetwelk ten tijde dat het handelen of nalaten geschiedde, van strafrechtelijke aard was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de volkerengemeenschap worden erkend.
Deel deze pagina met:
beginselen van behoorlijke procesordeprinciples of due process
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
procesrecht
- principes van rechtstatelijkheid en fair play waaraan de magistratuur zich te houden heeft. De ~ zijn waarborgen tegen ongerechtvaardigde inbreuken van de overheid op de vrijheid van de burger. Bijv. het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
strafrecht
- wet van 2 november 2000 tot vaststelling van een Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Daarin o.a. opgenomen de doelstelling van dergelijke inrichtingen, het beheer en toezicht op de instelling en de wijze (beginselen) waarop de jeugdige gedetineerden worden behandeld.
Artikel 91 BW jj:
Deze wet wordt aangehaald als: Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Artikel 41 BW jj:
1. De jeugdige heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid te stellen beperkingen, het recht brieven en stukken per post te verzenden en te ontvangen. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij de directeur anders bepaalt, voor rekening van de jeugdige. 2. De directeur is bevoegd enveloppen of andere poststukken, afkomstig van of bestemd voor jeugdigen, op de aanwezigheid van bijgesloten voorwerpen te onderzoeken en deze hiertoe te openen. Indien de enveloppen of andere poststukken afkomstig zijn van of bestemd zijn voor de in artikel 42, eerste en tweede lid, genoemde personen of instanties, geschiedt dit onderzoek in aanwezigheid van de betrokken jeugdige. 3. De directeur is bevoegd op de inhoud van brieven of andere poststukken afkomstig van of bestemd voor jeugdigen toezicht uit te oefenen met het oog op een belang als bedoeld in het vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het kopiëren van brieven of andere poststukken. Van de wijze van uitoefenen van toezicht wordt aan de jeugdige tevoren mededeling gedaan. 4. De directeur kan de verzending of de uitreiking van bepaalde brieven of andere poststukken alsmede bijgesloten voorwerpen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een van de volgende belangen: a. de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting; b. de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten; c. de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij misdrijven; d. de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige; e. de uitvoering van het verblijfs- of behandelplan. 5. De directeur draagt zorg dat de niet uitgereikte brieven of andere poststukken dan wel bijgesloten voorwerpen, hetzij worden teruggegeven aan de jeugdige of voor diens rekening worden gezonden aan de verzender of een door de jeugdige op te geven adres, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de jeugdige worden bewaard, hetzij met toestemming van de jeugdige worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
Deel deze pagina met:
Niederländisches Krankenhausverordnung (Rahmengesetz) Loi (cadre) néerlandaise sur les ordonnances hospitalières Ley (marco) neerlandesa de órdenes de hospitalización Legge olandese sugli ordini ospedalieri (legge quadro) Holenderska ustawa ramowa o zamówieniach szpitalnych
aansprakelijkheidsrecht
(algemeen) - wet van 25 juni 1997 waarin beginselen zijn vastgesteld voor verpleging in inrichtingen van strafrechtelijk ter beschikking gestelden (TBS'ers). De ~ maakt het mogelijk om de vrijheden van TBS'ers in te perken en onder omstandigheden jegens hen geweld te gebruiken.
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; b. inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden: een inrichting als bedoeld in artikel 37d, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; c. particuliere inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 90quinquies, eerste lid, in samenhang met artikel 37d, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht; d. inrichting: een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in artikel 90quinquies, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht; e. rijksinrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 90quinquies, tweede lid, in samenhang met artikel 37d, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht; f. justitiële particuliere inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 90quinquies, tweede lid, in samenhang met artikel 37d, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht; g. hoofd van de inrichting: het hoofd van de inrichting, waarin de verpleegde is opgenomen, alsmede diens vervanger als bedoeld in artikel 6, vierde lid; h. hoofd van de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden: het hoofd van de inrichting als bedoeld onder g of, ingeval een ter beschikking gestelde in een particuliere inrichting, niet zijnde een justitiële particuliere inrichting, is opgenomen, het hoofd van die inrichting alsmede de voor de behandeling van de ter beschikking gestelde verantwoordelijke persoon; i. ter beschikking gestelde: een ter beschikking gestelde ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 37b of 38c van het Wetboek van Strafrecht is gegeven; j. verpleegde: een persoon die in een inrichting is opgenomen; k. personeelslid of medewerker: een persoon, die een taak uitvoert in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende straf of maatregel in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden; l. reclasseringswerker: een reclasseringswerker als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995; m. rechtsbijstandverlener: de advocaat of de medewerker van de stichting, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Wet op de rechtsbijstand; n. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; o. beroepscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 67, tweede lid; p. commissie van toezicht: een commissie als bedoeld in artikel 10; q. uitspraak: een door een beklag- of beroepscommissie naar aanleiding van een door een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde ingediend klaag- of beroepschrift genomen beslissing; r. beklagcommissie: een commissie als bedoeld in artikel 59, eerste lid; s. bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een justitiële particuliere inrichting beheert; t. verpleging: het samenstel van handelingen, gericht op: 1°. de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen, en 2°. de verzorging van de verpleegde tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel, waaronder begrepen het doen van een aanbod aan de verpleegde tot en het bevorderen en vergemakkelijken van zijn behandeling; u. behandeling: het samenstel van handelingen, gericht op een dusdanige vermindering van de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van de verpleegde voor de veiligheid van anderen dan de verpleegde of de algemene veiligheid van personen of goederen dat het doen terugkeren van de verpleegde in de maatschappij verantwoord is; v. verplegings- en behandelingsplan: een plan als bedoeld in artikel 16, eerste lid, zoals dat ten aanzien van een verpleegde wordt toegepast; w. verpleegdedossier: een dossier als bedoeld in artikel 19, eerste lid; x. evaluatieverslag: een verslag als bedoeld in artikel 18, tweede lid; y. persoonlijke verblijfsruimte: de verblijfsruimte als bedoeld in artikel 16, eerste lid; z. afzondering: het insluiten van een verpleegde in een gangbare woon- of verblijfsruimte, de persoonlijke verblijfsruimte daaronder begrepen, in afwijking van de in de inrichting geldende regels; aa. separatie: het insluiten van een verpleegde in een speciale voor separatie bestemde verblijfsruimte; bb. huisregels: regels als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
Artikel 21 bvtg:
1. Het recht van de verpleegde op onaantastbaarheid van zijn lichaam, de van zijn lichaam afgescheiden stoffen, zijn kleding en zijn persoonlijke verblijfsruimte kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk worden beperkt. 2. Het recht van de ter beschikking gestelde op onaantastbaarheid van zijn lichaam kan overeenkomstig het bepaalde in artikel 30 worden beperkt.
Deel deze pagina met:
formele beginselenformal principles
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
bestuursrecht
- elke bevoegdheid van de overheid en de lagere overheden om besluiten te maken moet terug te voeren zijn op de bevoegdheid die door de formele wetgever is toebedeeld. Bijv. van belangzijnde beginselen daarbij als het zorgvuldigheids- /motiveringsbeginsel.
Hier komen binnenkort vertalingen van deze zoekterm...
strafrecht
(penitentiair recht) - wet van 18 juni 1998 houdende regels voor plaatsing en behandeling van gevangenen en het toezicht daarop door een commissie van toezicht. Daarin o.a. opgenomen regelingen voor de opvang van verslaafden, de ordemaatregelen, het geweld dat tegen gevangenen kan worden gebruikt en het klachtrecht van gevangenen.
1. Een penitentiair programma is een samenstel van activiteiten waaraan wordt deelgenomen door personen ter verdere tenuitvoerlegging van de aan hen opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel in aansluiting op hun verblijf in een inrichting en dat als zodanig door Onze Minister is erkend. 2. Een gedetineerde komt slechts in aanmerking voor deelname aan een penitentiair programma, indien: a. hij onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte ten minste een jaar bedraagt, b. hij ten minste de helft van de hem opgelegde vrijheidsstraf heeft ondergaan, en c. het gedeelte van de vrijheidsstraf dat hij nog moet ondergaan, ten minste zes weken en ten hoogste een jaar bedraagt. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven die in elk geval de inhoud, de voorwaarden voor en het toezicht op deelname, de gevolgen van niet-nakoming van de voorwaarden en de rechtspositie van de deelnemers aan een penitentiair programma betreffen. 4. Een krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 5. Met inachtneming van het tweede lid en de regels krachtens het derde lid kan Onze Minister een penitentiair programma erkennen en bepalen welke gedetineerden voor deelname hieraan in aanmerking komen. 6. Het tweede lid is niet van toepassing op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 7 pBW:
1. Bij elke inrichting dan wel afdeling wordt door Onze Minister een commissie van toezicht ingesteld. 2. De commissie van toezicht heeft tot taak: a. toezicht te houden op de wijze van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming in de inrichting of afdeling; b. kennis te nemen van door de gedetineerden naar voren gebrachte grieven; c. zorg te dragen voor de behandeling van klaagschriften ingevolge het bepaalde in hoofdstuk Xl; d. aan Onze Minister, de Raad en de directeur advies en inlichtingen te geven omtrent het onder a gestelde. 3. De commissie van toezicht stelt zich door persoonlijk contact met de gedetineerden regelmatig op de hoogte van onder hen levende wensen en gevoelens. Bij toerbeurt treedt één van haar leden hiertoe op als maandcommissaris. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de commissie, de benoeming en het ontslag van haar leden alsmede over de werkzaamheden van de maandcommissaris.